IPMA NCB versie 3.0 (under construction)
In 2006 is versie 3.0 van de International Competence Baseline (version 3.0) gepubliceerd. Deze ICB is door IPMA Nederland vertaald en uitgegeven als Nederlandse Competence Baseline versie 3.0. De baseline presenteert de technisch, gedragsmatige en contextuele competentie-elementen van projectmanagemen.
Het Oog van de Meester (the Eye of Competence) geeft de integratie val alle elementen van projectmanagement weer zoals die gezien worden door de ogen van een projectmanager bij de evaluatie van een specifieke situatie. Het Oog staat ook voor helderheid en visie.
Onderstaand zijn alle competenties benoemd. Door 1 van de competenties te selecteren wordt een korte definitie en/of toelichting gegeven, overgenomen uit of gebaseerd op NCB versie 3.0.
1.01 Projectmanagementsucces
De waardering van de projectmanagementresultaten door de relevante belanghebbenden.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om de criteria voor projectmanagementsucces te kunnen managen
Projectsucces
De mate waarin het werkelijk opgeleverde resultaat binnen de gestelde eisen en overeengekomen restricties vanuit het perspectief van de relevante belanghebbenden overeenkomt met het beoogde resultaat.
1.02 Belanghebbenden
Mensen of groepen die belang hebben bij de prestaties en/of het succes van het project. Of het zijn mensen die door het project beperkt worden.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om de belanghebbenden in het project te betrekken.
1.03 Eisen & doelen
Mensen of groepen die belang hebben bij de prestaties en/of het succes van het project. Of het zijn mensen die door het project beperkt worden.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om de belanghebbenden in het project te betrekken.
1.04 Risico's en kansen
Risico ( NCB3):
De waarschijnlijkheid dat een feit of omstandigheid zich in de toekomst voordoet én de negatieve gevolgen die dat heeft voor het project.
Kans (NCB3)
De waarschijnlijkheid dat een feit of omstandigheid zich in de toekomst voordoet én de positieve gevolgen die dat heeft voor het project.
Kerncompetentie ( Best practice)
Het vermogen om risico's en kansen te kunnen managen.
1.05 Kwaliteit
De kwaliteit van een project is de mate waarin een verzameling inherente kenmerken aan het programma van eisen voldoet
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om de kwaliteit in het project te kunnen managen
ISO
De mate waarin een geheel van eigenschappen en kenmerken voldoet aan behoeften of verwachtingen die kenbaar gemaakt, vanzelfsprekend of dwingend voorgeschreven zijn.
Joseph Juran
Fitness for use (geschiktheid voor gebruik).
1.06 Projectorganisatie
De projectorganisatie is een groep mensen, de daarmee verbonden infrastructuur met een samenhangend geheel van gezag, relaties en verantwoordelijkheden die zijn afgestemd op de processen van het bedrijf of de functie.
Kerncompetentie (Best practice)
De projectmanager moet op een succesvolle wijze de projectorganisatie kunnen inrichten en managenDe projectorganisatie is een groep mensen, de daarmee verbonden infratsructuur met een samenhangend geheel aan gezag, relaties en verantwoordelijkhedenm die zijn afgestemd op de processen van het bedrijf of de functie.
1.07 Teamwerk
Betreft het management en leiderschap van teambuilding, het werken in teams en groepsdynamiek.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen doel- en resultaatgericht samen te werken in een team, bewust om te gaan met dynamiek in teams en leiding te geven aan de opbouw en ontwikkeling van teams.
1.08 Probleemoplossing
Het meeste werk in de projectenlevenscyclus bestaat uit het definiëren van werktaken en probleemoplossing (tijdsbestek, kosten, risico's, op te leveren projectresultaten).
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om door middel van systematische analyse en een methodische aanpak te komen tot doelbewust, geaccepteerde, duidelijke en uitvoerbare oplossingen voor geconstateerde problemen.
1.09 Projectstructuren
Projectstructuren zijn een belangrijk mechanisme voor de ordening binnen het project. Projecten zijn vanuit verschillende perspectieven in onderdelen te verdelen, zoals werkdecompositie, projectorganisatie, projectkosten, informatie en documentenstructuur.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om het opzetten en bewaken van de projectstructuren te kunnen managen.
1.10 Scope & op te leveren resultaten
De projectscope definieert de grenzen van een project. De op te leveren resultaten van een succesvol project, programma of portfolio zijn materiële of immateriële goederen die door het project, programma of portfolio voor de klant worden geproduceerd.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om de scope en het resultaat van het project te kunnen definiëren en te kunnen managen.
1.11 Tijd & projectfasering
Tijd staat voor het structureren, in een volgorde plaatsen, de duur, het inschatten en plannen van activiteiten en/of werkpakketten, inclusief toewijging van mensen/middelen aan activiteiten, stellen van deadlines en beheersen van realisatie. Een projectfase is een tijdfase van het project, die duidelijk gescheiden is van andere perioden.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om de tijdsplanning en projectfasering te kunnen managen.
1.12 Mensen & middelen
Capaciteitsmanagement bestaat uit capaciteitsplanning en de vaststelling en toewijzing van middelen en mensen met de juiste vaardigheden. Capaciteit bestaat uit mensen, materialen en de infrastructuur.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen de benodigde mensen en middelen voor het project te kunnen managen.
1.13 Kosten & financiën
Het management van projectkosten en financiën is het geheel van alle acties die nodig zijn voor het plannen, bewaken en beheersen van kosten tijdens de projectlevenscysclus, inclusief projectbeoordeling en kostenschattingen in de vroege fases van het project.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen de kosten en de behoefte aan financiële middelen van een project te kunnen managen.
1.14 Inkoop & contracten
Inkoop betreft het verkrijgen van de beste value for money van leveranciers van goederen of diensten aan het project. Een contract is een juridisch bindende overeenkomst tussen twee of meer partijen om onder specifieke voorwaarden werk te verrichten of goederen en diensten te leveren.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen het inkopen en uitbesteden in een project te kunnen managen.
1.15 Wijzigingen
Een wijziging in de scope van een project of in de specificatie van een op te leveren resultaat wordt uitgevoerd door een formeel, proactief proces (wijzingsmanagement).
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om wijzigingen binnen het project te kunnen managen.
1.16 Beheersing en rapportage
Beheersing meet de werkelijke projectvoortgang en -prestatie, vergelijkt die met de baseline en neemt eventueel noodzakelijke acties ter verbetering. Rapportages bieden informatie en communicatie over de status van het werk aan het project.
Kerncompetentie (Best practice)
De projectmanager moet op een succesvolle wijze de uitvoering en de rapportage van het project kunnen managen.
1.17 Informatie & documentatie
Informatiemanagement behelst het modelleren, verzamelen, selecteren, opslaan en terugvinden van projectgegevens. Documentatie bevat alle gegevens, informatie, kennis en begrip die tijdens de projectlevenscyclus zijn verzameld.
Kerncompetentie (Best practice)
De competentie om effectief te kunnen rapporteren en documenteren in een project.
1.18 Communicatie
Communicatie betreft de effectieve uitwisseling en begrip van informatie tussen partijen.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen een effectieve uitwisseling van informatie te realiseren tussen betrokken partijen, zodanig dat deze informatie wederzijds begrepen wordt.
1.19 Projectstart
De projectstart biedt de basis voor een succesvol programma of project.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om de start van een project te kunnen managen.
1.20 Afsluiting
De afsluiting heeft betrekking op de voltooing van het project of programma of van een fase van het project, nadat de resultaten van het programma, het project of de fase zijn opgeleverd.
Kerncompetentie (Best practice)
De competentie om de projectafsluiting en in bedrijfstelling te kunnen managen.
2.01 Leiderschap
Leiderschap betreft het sturen en motiveren van anderen in hun rol of taak om de projectdoelen te bereiken.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen anderen te sturen en te motiveren in hun rol en taak, zodanig dat gestelde projectresultaten en -doelen gerealiseerd worden.
2.02 Betrokkenheid
Betrokkenheid is de persoonlijke ‘buy-in' van de projectmanager, de projectmedewerkers en anderen die met het project verbonden zijn. Betrokkenheid laat mensen in het project geloven en er met plezier deel van uitmaken.
Kerncompetentie (Best practice)
Betrokkenheid: Een sterk innerlijk gevoel van verbondenheid met de omgeving, waardoor motivatie ontstaat.
Motivatie: De innerlijke wens en de wil gedisciplineerd te werken aan concrete resultaten die voor zowel de omgeving als voor de persoon zelf zingevend en betekenisvol zijn.
2.03 Zelfbeheersing
Zelfbeheersing of zelfmanagement betreft het management van het eigen gedrag van de projectmanager, het is een systematische en gedisciplineerde manier om met het dagelijks werk om te gaan, met veranderende eisen en stressvolle situaties.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om het gedrag van jezelf te managen, teneinde te komen tot een bewuste, systematische en gedisciplineerde manier van werken en omgaan met concrete situaties, veranderende eisen en stressvolle situaties.
2.04 Assertiviteit
Het vermogen om een visie overtuigend en met gezag over te brengen, is een competentie die de projectmanager nodig heeft voor effectieve communicatie met het projectteam en andere belanghebbenden.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om een visie overtuigend en met gezag over te brengen.
2.05 Ontspanning
Ontspanning is het vermogen spanning in moeilijke situaties te verminderen of weg te nemen. Het verlagen van de spanning is belangrijk om een vruchtbare samenwerking tussen partijen te behouden.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen fysieke, rationele en/of emotionele spanning te verminderen of weg te nemen.
2.06 Openheid
Het vermogen om anderen te laten voelen dat ze zich vrij mogen uiten, zodat het project kan profiteren van hun bijdragen, suggesties en bezorgdheden.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om anderen te laten ervaren dat ze zich vrij kunnen uiten, zodat het project profiteert van hun bijdragen, suggesties en bezorgdheden.
2.07 Creativiteit
Het vermogen om te denken en te handelen op originele en fantasierijke manieren.
Kerncompetentie (Best practice)
Zie boven.
2.08 Resultaatgerichtheid
Het richten van de aandacht van individuen en het team op hoofddoelen van het project om voor alle betrokkenen het beste resultaat te bereiken.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen de aandacht van individuen en het team te richten op het resultaat van het project en de daarmee te realiseren hoofddoelen, teneinde voor alle betrokken het beste resultaat te bereiken.
2.09 Efficiciëntie
Het vermogen om tijd, mensen en middelen kosteneffectief in te zetten om de afgesproken resultaten op te leveren en aan de verwachtingen van de belanghebbenden te voldoen. Efficiëntie omvat ook het gebruik van methoden, systemen en procedures op de meest effectieve manier.
Kerncompetentie (Best practice)
Efficiency is het vermogen om tijd, mensen en middelen kosteneffectief in te zetten en methoden, systemen en procedures op een effectieve manier te gebruiken, teneinde afgesproken resultaten op te leveren conform de verwachtingen van belanghebbenden.
2.10 Overleg & Advies
De competentie om te redeneren, deugdelijke argumenten aan te voeren, een zaak van een andere kant te bekijken, te onderhandelen en oplossingen te vinden. Het is de uitwisseling van meningen over projectissues.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om vanuit respect, systematisch en gestructureerd denken, analyse van feiten en argumenten en scenario's, perspectiefwisseling en onderhandelingsvaardigheid te komen tot oplossingen voor problemen en wederzijdse geaccepteerde besluiten.
2.11 Onderhandeling
Dit is de manier waarop partijen meningsverschillen over het project of programma kunnen oplossen om tot een wederzijds bevredigende oplossing te komen. Zodat conflicten worden voorkomen.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen meningsverschillen en belangentegenstellingen rondom projecten of programma's op te lossen, teneinde te komen tot wederzijds bevredigende oplossingen.
2.12 Conflicten & crises
Manieren om conflicten en crisis aan te pakken welke zich voordoen tussen personen en partijen die bij een project of programma betrokken zijn.
Kerncompetentie (Best practice)
Conflicthantering: Het vermogen om op een succesvolle manier conflicten in het projectteam en/of met andere belanghebbenden te managen en op te lossen. •Crisismanagement: Het vermogen duidelijkheid te verschaffen over de aanpak van een acuut probleem en snel, adequaat en vaardig door te pakken om dat probleem op te lossen.
2.13 Betrouwbaarheid
Het vermogen om op te leveren wat is toegezegd, op de afgesproken tijd en conform de kwaliteit die in de projectspecificatie is overeengekomen.
Kerncompetentie (Best practice)
Zie boven.
2.14 Respect & waardering
Het vermogen om vanuit wederzijds respect de intrinsieke kwaliteiten in anderen waar te nemen, hun standpunt te begrijpen, met anderen te communiceren, open te staan voor hun mening, hun waarden en hun ethische normen.
Kerncompetentie (Best practice)
Zie boven. Men gebruikt de term " respect en waardering"
2.15 Ethiek
Ethiek omvat het moreel geaccepteerde gedrag van elke mens. Ethisch gedrag is de basis van elk maatschappelijk systeem.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen een kritische afweging te maken aangaande situaties waarin strijdige normen en waarden aan de orde zijn, teneinde te komen tot zowel een grondslag voor als de concretisering van moreel geaccepteerd handelen.
3.01 Projectoriëntatie
Een project is een qua tijd en kosten beperkte operatie om een aantal vastgestelde resultaten te bereiken volgens vastgestelde kwaliteitsnormen en -eisen. Projectoriëntatie beschrijft de oriëntatie van organisaties op het managen door middel van projecten en de ontwikkeling van projectmanagementcompetenties.
Kerncompetentie (Best practice)
De oriëntatie van organisaties op het managen door middel van projecten en de ontwikkeling van projectmanagementcompetenties.
3.02 Programma-oriëntatie
Een programma is een verzameling gerelateerde projecten en organisatorische veranderingen om een strategisch doel te bereiken en de baten die de organisatie daarvan verwacht te realiseren. Programmaoriëntatie is het besluit van een organisatie om het concept van managen door middel van programma's en de ontwikkeling van competentie in programmamanagement toe te passen en te managen.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om op succesvolle wijze projecten te managen in de context van een programma.
3.03 Portfolio-oriëntatie
Het portfoliomanagement bestaat onder andere uit de prioritering van projecten en/of programma's binnen de organisatie en de optimalisering van de bijdrage van het totaal aan projecten en/of programma's aan de strategie van de organisatie.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om projecten te kunnen managen binnen een projectportfolio.
3.04 PPP-implementatie
De implementatie van PPP is een organisatiestrategie waarbij een gedefinieerd programma nodig is om deze uit te voeren. Er zijn voortdurende verbeteringen nodig om de bekwaamheid in het managen van projecten, programma's en portfolio's te verbeteren en zo het succes van de organisatie in de uitvoering van haar strategisch plan te vergroten.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om bij te kunnen dragen aan de implementatie van project-, programma- en portfoliomanagement in een organisatie.
3.05 Staande organisatie
Staande organisaties hebben een lange termijn doel. Zij gebruiken projecten, programma's en portfolio's om veranderingen door te voeren. De procedures van de staande organisatie hebben invloed op projectwerk en andersom.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om het project te kunnen managen binnen de context van de staande organisatie.
3.06 Primair proces
Bedrijven zijn ingericht rond primaire processen: waarmee de organisatie toegevoegde waarde creëert en waarmee zij haar klanten bedient. •Dit competentie element betreft de invloed van deze primaire processen op het managen van projecten, programma's en portfolio's, en andersom.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om het project te kunnen managen binnen de context van het primaire proces.
3.07 Systemen, producten & technologie
Dit betreft de relatie tussen een project/programma en de organisatie voor wat betreft systemen, producten en/of technologie. Systemen (ICT, infrastructuur e.d.) bestaan uit verschillende technische, natuurlijke en/of socio-economische elementen en subsystemen.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om vanuit de systeembenadering het project te kunnen managen en zorg te dragen voor de integratie van de deelproducten tot het gevraagde projectresultaat.
3.08 Personeelsmanagement
Dit element beslaat aspecten van HRM in verband met projecten en/of programma's, zoals planning, werving, selectie, training, retentie, prestatiebeoordeling en motivatie.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om sturing en leiding te geven aan het personeelsbeleid in projecten.
3.09 Gezondheid, beveiliging, veiligheid & milieu
Dit element betreft activiteiten die zeker moeten stellen dat de organisatie zich correct gedraagt ten aanzien van gezondheid, beveiliging, veiligheid het milieu, zowel gedurende de planning en uitvoering van het project als daarna.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om gezondheid-, beveiliging-, veiligheid- en milieuaspecten in het project en van het projectresultaat te kunnen managen.
3.10 Financieel management
Het financiële management is verantwoordelijk voor het adequaat en tijdig beschikbaar stellen van de benodigde fondsen. De projectmanager moet informeren en samenwerken om de fondsen beschikbaar te krijgen.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om het project te kunnen managen binnen de financiële context waar binnen de staande organisatie actief is.
3.11 Juridische aspecten
Dit element beschrijft het effect van wettelijke bepalingen op projecten en programma's.
Kerncompetentie (Best practice)
Het vermogen om de verschillende juridische aspecten binnen het projecten te kunnen managen.